Ľ Economia/economie

Wat is dit?

Late industrialisatie
ItaliŽ begon in vergelijking met andere Europese naties laat te industrialiseren, en tot de Tweede Wereldoorlog was het grotendeels een landbouwland. De transformatie van agrarisch land naar een moderne industriŽle natie zorgde tussen 1950 en 1980 voor een groei van het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking van 200%. Na 1980 steeg de staatsschuld en het percentage werklozen, wat er toe leidde dat de groei van het BNP daalde tot gemiddeld 1,3% per jaar. Eind jaren í80 herstelde de Italiaanse economie zich weer geleidelijk. In deze periode steeg de groei van het BNP naar 3,3% en de inflatie daalde naar 6,5%. Het percentage werklozen bleef echter hoog net als de staatsschuld.

Met de opkomst van de tertiaire sector (zoals het bank- en verzekeringswezen) nam dit percentage weer af. Het aandeel van deze sector in de werkgelegenheid is daarentegen alsmaar toegenomen (61,2% in 1998) en zij telt in de jaren '90 voor meer dan 60% van het BBP. In diezelfde jaren '90 heeft de Italiaanse industrie een aandeel van 35% in het jaarlijkse BBP en zorgt ze voor 32% van de werkgelegenheid. De Italiaanse landbouw heeft een aandeel van minder dan 4% in het BBP en de werkgelegenheid neemt in de sector neemt af (5,9% in 1998). De belangrijkste landbouwproducten zijn vruchten, suikerbieten, graan, tomaten, aardappels, sojabonen, olijven en olijfolie, en vee (vooral rundvee, varkens, schapen, en geiten). Bovendien wordt veel inlandse wijn geproduceerd. Er is een kleine visindustrie, waarbij de Adriatische zee een belangrijke rol vervult. Men vangt onder andere ansjovis, sardienen, tonijn, inktvis en schaaldieren.

De industrie is geconcentreerd in het noorden, in het bijzonder in de "gouden driehoek" van Milaan-Turijn-Genua. De economie van ItaliŽ heeft zich geleidelijk omgevormd, van voedsel en textiel naar techniek, staal en chemische producten. Belangrijkste producten zijn ijzer, staal, en andere metaalproducten; geraffineerde aardolie; chemische producten; elektro en niet-elektrische machines; motorvoertuigen; textiel en kleding; afgedrukte materialen; en plastiek. Hoewel veel van de belangrijkste industrieŽn van ItaliŽ genationaliseerd zijn, is er de laatste jaren een belangrijke beweging richting privatisering geweest. De rol van de Italiaanse Overheid is echter nog altijd kenmerkend voor de economie.

Midden- en kleinbedrijf
Kleine en middelgrote ondernemingen vormen de "motor" van de Italiaanse economie. Veelal gaat het om familiebedrijven, die met name in de jaren '80 zijn opgericht. In deze periode maakte de Italiaanse economie een moeilijke tijd door. Deze verschuiving in de Italiaanse bedrijfscultuur kwam er vooral door het veranderende consumptiegedrag en het gebrek aan flexibiliteit van de Italiaanse multinationals, net te wijten was aan het familisme. De kleine en middelgrote ondernemingen, die in zogenaamde "distretti industriali" of "industriŽle districten" kunnen worden onderverdeeld, hadden deze massaconsumptie niet nodig, maar specialiseerden zich integendeel in specifieke markten.

Export
ItaliŽ heeft een grote buitenlandse handel. De belangrijkste exportproducten zijn: textiel, kleding, metalen, machines, motorvoertuigen en chemische producten; de belangrijkste invoerproducten zijn machines, vervoerapparatuur, chemische producten, voedsel, voedingsmiddelen en mineralen (vooral aardolie). Het toerisme is eveneens een belangrijke bron van inkomsten. De belangrijkste handelspartners zijn Duitsland, Frankrijk, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De Italiaanse infrastructuur, vooral die in het zuiden, is in de naoorlogse jaren verbeterd. 

Tegenstelling tussen Noord en Zuid
De Italiaanse economie staat bekend om het grote welvaarts- en ontwikkelingsverschil tussen het noorden en het zuiden. De oorzaken hiervan hebben vooral betrekking op de verschillende historische ontwikkeling, geografische ligging en het fysische milieu. Van deze twee gebieden is het noorden het meest welvarend: het heeft de beste landbouwgrond, de belangrijkste haven (Genua) en de grootste industriŽle centra. Noord-ItaliŽ heeft ook een bloeiende toeristenhandel op de Italiaanse Riviera, in de Alpen (waaronder de Dolomieten) en langs de kusten van zijn mooie meren (Lago Maggiore, Comomeer, en Gardameer).

Het land heeft te kampen met de invloed van de maffia. In ItaliŽ gaat het met name over de Siciliaanse maffia (Cosa Nostra), de Napolitaanse (de Camorra), de 'Ndrangheta (actief in CalabriŽ) en de Sacra Corona Unita (actief in ApuliŽ). De aanwezigheid van deze organisaties, vooral in het zuiden, kan in verband worden gebracht met de economische problemen in Zuid-ItaliŽ ten opzichte van het noorden.

Sinds de jaren '50 probeert de Italiaanse overheid door middel van een ontwikkelingsfonds voor het Zuiden (Cassa per il Mezzogiorno) de welvaartskloof met het noorden te dichten. In het begin deed men dat door de agrarische sector te moderniseren en de Italiaanse infrastructuur te verbeteren. Toen echter duidelijk werd dat deze manier van investeren de werkgelegenheid juist verkleinde, kwam de nadruk te liggen op een snelle industrialisatie van het gebied. Hoewel die de achterstand van het zuiden ten opzichte van het noorden niet kon wegnemen, is het inkomensniveau in Zuid-ItaliŽ wel toegenomen.

De groei van de Italiaanse economie na de Tweede Wereldoorlog heeft dan ook vooral in het noorden van het land plaatsgevonden. De industriecomplexen in het Zuiden zijn vaak arbeidsintensief en statisch van structuur, en kunnen vaak alleen door middel van overheidssteun voortbestaan. Door deze ongunstige economische ontwikkeling met betrekking tot het Zuiden is de welvaartskloof tussen noord en zuid sterk toegenomen.

[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Mijn vrienden / buddies

klok

italie.nl

pasta.it/

fiat500club.nl

Radio-italie

Italie midi songs

Adriatischekust


Free counter and web stats Copyright 2002-2017